De Australische Labradoodle is meer dan alleen een kruising tussen een Labrador en een Poedel. Dit bijzondere ras heeft een fascinerende geschiedenis en eigenschappen die zelfs doorgewinterde hondenliefhebbers verrassen. Hier zijn 10 dingen die je waarschijnlijk nog niet wist.
1. Hij is GEEN gewone kruising
Veel mensen denken dat een Australische Labradoodle gewoon een Labrador × Poedel is. Dat klopt niet. De Australische Labradoodle is een eigenstandig ras dat over meerdere generaties doelgericht is gefokt met minimaal drie rassen: Labrador Retriever, Poedel en Cocker Spaniel. Dit onderscheidt hem fundamenteel van een eenvoudige "designer dog".
2. Het ras is uitgevonden in Australië — voor een blinde vrouw
In 1989 kruiste Wally Conron van de Royal Guide Dogs Association of Australia voor het eerst een Labrador met een Standaard Poedel. De reden? Een blinde vrouw in Hawaii had een man met een allergie — haar begeleider had een allergievriendelijke hond nodig. Die eerste kruising, "Sultan" genaamd, was de vonk die het hele ras startte.
3. Zijn vacht verliest vrijwel geen haar
De vacht van de Australische Labradoodle groeit continu door zoals menselijk haar — hij verliest geen seizoensvacht. Dit betekent: nauwelijks haar op je bank, kleren of vloer. Wel: regelmatig borstelen en trimmen is essentieel om de vacht in goede conditie te houden.
4. Er zijn meerdere vachttypes
Binnen het ras zijn er drie erkende vachttypes: curly fleece (strak gekruld, nauwelijks allergeen), wavy fleece (golvend, ook allergievriendelijk) en wool coat (dik en krullend, meest allergievriendelijk). Elke hond is anders — zelfs pups uit hetzelfde nest kunnen een ander vachttype hebben.
5. Hij is een uitstekende therapiehond
De Australische Labradoodle wordt wereldwijd ingezet als therapiehond, geleidehond en assistentiehond. Zijn empathisch vermogen, rustige aanwezigheid en lage allergeniciteit maken hem ideaal voor werk in ziekenhuizen, scholen en bij mensen met een handicap.
6. Hij is bijna altijd goed met katten
In tegenstelling tot veel andere retrievers heeft de Australische Labradoodle doorgaans een lage jagersinstinct. Met vroege socialisatie leeft hij probleemloos samen met katten, konijnen en andere kleine huisdieren.
7. Hij heeft een uitzonderlijk goed geheugen
Dankzij de Poedel-genen heeft de Australische Labradoodle een uitstekend werkgeheugen. Hij onthoudt geleerde commando's lang, kan complexe taken uitvoeren en verveelt snel als hij niet voldoende mentaal gestimuleerd wordt. Puzzelspelletjes en noseworks zijn zijn favorieten.
8. Er zijn drie maten
Australische Labradoodles komen in drie maten: miniature (7–13 kg), medium (13–20 kg) en standaard (20–30 kg). De maat wordt bepaald door de grootte van de Poedel die gebruikt is in het fokprogramma. Ook de miniature variant heeft exact hetzelfde karakter als de grotere maten.
9. Zijn levensverwachting is relatief hoog
De gemiddelde levensverwachting van een Australische Labradoodle is 12 tot 15 jaar — iets hoger dan die van een pure Labrador. Dit komt deels door de hybride vigeur die optreedt bij doordacht fokken met meerdere rassen.
10. Elke Australische Labradoodle is uniek
Door de complexe stamboom en het gebruik van meerdere rassen in de vroege fokprogramma's is geen enkele Australische Labradoodle precies hetzelfde. Kleur (van crème tot chocolade, zwart, rood, zilver en partcolor), vachttype en formaat variëren sterk — wat de hond extra bijzonder maakt.